Het AfricaMuseum van anderen | Mijnafricamuseum

Het AfricaMuseum van anderen

Masker
Gekozen door Plasmans Patrick
Ode aan mijn vader, Karel Plasmans, zijn interesse en passie voor de volkskunde was zo groot, meer bepaald voor de Songeystam. Hij zag er tovenaars en fetischeurs aan het werk. Als kind hoorde ik van Efile Mukulu, de God van de Songey en tussen het werk door groeide de liefde voor deze stam, in de streek van de Baluba Shankadi. Mijn vader werkte er toen voor de Cotonco (katoen). Een ploeg uit Tervuren kwam zelfs langs, van de opvoedkundige dienst van het Museum van Midden-Afrika. Mijn vaders liefde voor de Songey was echt groot, eigenlijk was hij één van hen, zo ver had hij het verkregen bij de tovenaars en fetischeurs en die hem ook vertrouwen door allerlei beeldjes van de voorouders en maskers te vrijwaren van de verbranding en vernietiging. De Nganga bracht ze dan ook zelf. Deze beeldjes, het was een schrijn waarvan tientallen ingrediënten de magische krachten uitmaakten. Alles werd een studie, alles werd op steekkaarten gezet, met de aanduiding van de etnische groep, de Tribu, de clan het dorp en de capita ervan. De Nganga waren ervan overtuigd dat mijn vader alle krachten had die het dagelijkse leven in de dorpen beheersten en wou bezitten. Sommige fetischeurs vroegen hem zelf raad. Gewoonweg ongeloof. Vader was één van hen, was een fetischeur voor hen. In 1980 werd mijn vader gecontacteerd door Dunja Hersak en die ook enkele maanden bij de Songey verbleef (77/78). Zij leerde mijn vader kennen als Kapepule Bwa Bwanga, er werd gezegd dat hij dood was, maar bij de Songey zou herboren zijn. Mijn vader verbleef ongeveer 20 jaar in Kongo. Mijn vader was een Songey en is dzt altijd gebleven .....!
Het masker en waarom ik dit stuk koos is omdat het zo vertrouwd is, nu nog, ben er deel van en mee opgegroeid en steeds herken ik een Songey, of het nu een beeld is of een masker. Op vakanties maakte mijn vader de masker in het zeezand, uit het hoofd, zo bezeten. Hij is nu nog één van hen.
Meer Weten